‘Alleen met je honden, de schapen en de stilte’

Drie dagen per week is Rina Schultink docent, aan de lerarenopleiding Economie, op vrijdag is ze ‘hulpherder’ op het weidse Dwingelderveld in Drenthe. Of er raakvlakken zijn met lesgeven? “Een groep studenten wil je ook bijsturen, en vooral niet kwijtraken.”  

Het ging eigenlijk per ongeluk. Rina had nooit de intentie om herder te worden. Maar de hond die ze kocht als gezinshond bleek er aanleg voor te hebben én het heel graag te willen. “We wilden een intelligente hond, daarom stelde mijn zoon een border collie voor. Had hij gezien op YouTube.”

Uiteindelijk vond ze er eentje, via een tussenpersoon. “Ik wist dat deze honden zijn gefokt voor het drijven van schapen, maar deze hond zou daar niet geschikt voor zijn. Prima dacht ik, schapendrijven zag ik mezelf toch niet doen. Maar ja, toen kwam ik een keer bij een schaapskooi en Lynn, zoals we onze hond hebben genoemd, zakte meteen door haar poten, zoals collies doen als ze schapen zien. Ze had alleen nog maar ogen voor die beesten.”

Daarna ging het snel. Ze gingen samen een proefles doen; Rina vond het (toch) leuk en Lynn bleek er (toch) aanleg voor te hebben. Een reeks wekelijkse trainingen later ging Rina met een kudde de Drentse hei op, dichtbij haar woonplaats, als vrijwillige hulpherder. 

“Het is heerlijk. Het buiten zijn in de prachtige natuur, onder alle weersomstandigheden. Een totaal andere wereld dan bijvoorbeeld die op Windesheim of de drukte van een stad. Alleen met je honden, de schapen en de stilte.” 

Hoe ziet een dag als herder er voor jou uit? 

“Ik open ’s ochtends eerst de deuren van het bezoekerscentrum van de schaapskooi van Ruinen. Even kijken of alles netjes is en naar welk gebied ik ga. Even later komen al de eerste bezoekers om te kijken hoe de schapen de kooi verlaten. Ondertussen maak ik even een rondje om bijvoorbeeld alle poep en stro terug de kooi in te vegen. 

Daarna drijf ik de schapen met de honden de hei op. Naast Lynn heb ik meestal een tweede hond, te leen van de ‘echte’ schaapherder. Zo kan ik ze een beetje afwisselen. De één is daar goed in, de ander weer in iets anders. Lynn kan bijvoorbeeld goed schapen in beweging houden. Die andere hond is goed in het terughalen van dieren. Ze vullen elkaar goed aan. 

Eenmaal op de heide moet ik ervoor zorgen dat de koppen van die schapen naar beneden blijven staan. Dat ze blijven vreten zodat hun buik mooi vol wordt en dat ze rustig blijven. Schapen willen alleen maar grasmaaier zijn, ze willen niks anders dan vreten. En als je hen voortdurend zou onderbreken, omdat je bijvoorbeeld weer verder wil, dan gaat een schaap niet eten. Het is net als met een kinderfeestje: breng het kind weer met een volle buik terug naar huis, dan is iedereen tevreden.

Aan het eind van de middag breng ik ze weer terug naar de kooi en dan praat ik daar altijd nog even met bezoekers. Want zo’n schaapskooi draait natuurlijk ook om het toerisme, dus daar doet je dit ook een beetje voor. Als de schapen weer binnen zijn maak ik nog even wat dingen schoon, controleer ik alle hokken en noteer ik waar we zijn geweest. En dan zit mijn dag er op.” 

Gebruik je je honden daarbij veel? 

“Het zijn werkhonden, je moet ze alleen inzetten als het nodig is. Zo hou je je honden fit en put je ze niet uit. Niet van: loop nog maar eens rondje om die kudde heen. Schapen zijn heel volgzaam, ze trekken samen over de heide. Een schaap wil alleen maar het lekkerste gras, hij gaat echt niet alleen maar droge sprieten vreten. Dus soms denkt er eentje: hé, daar verderop is het groener, daar moeten we heen! Zo’n schaap begint dan te blaten en de rest volgt dan langzaam. Als je dat toelaat heb je ze op een gegeven moment bij het weiland van de buurman staan. Dus eigenlijk ben je de hele dag bezig met het volgen van de schapen. Pas als je denkt: ‘daar wil ik ze echt niet hebben’, ga je de honden inzetten.” 

Wat vind je er zo mooi aan? 

“Ik vind het heel bijzonder dat ik met dieren een eeuwenoud beroep uitoefen en tegelijkertijd aan natuurbeheer en cultuurbehoud doe. Wat ik ook vind is het buiten zijn in de prachtige natuur, onder alle weersomstandigheden. Het is een totaal andere wereld dan bijvoorbeeld die op Windesheim of de drukte van een stad. Sommige schaapsherders vinden het fijn dat ze een dag lang niemand spreken, dat heb ik wat minder. Ik hou juist wel van de contacten met bezoekers en toeristen die bij de schaapskooi staan of die je onderweg tegenkomt.”

Ook de band die ze heeft gekregen met haar hond vindt Rina heel speciaal. “Ik zie dat ze graag voor mij wil werken en alles wil doen wat ik zeg, én dat ze er plezier in heeft. Als Lynn aan het schapendrijven is, is ze heel blij en enthousiast en energiek en gefocust. Op die momenten wil ik het beste uit mijn hond halen. Dat gevoel is vergelijkbaar met hoe ik het lesgeven ervaar. Daar heb ik een groep met studenten; die wil ik ook bij me houden in mijn lesmodule. Die wil je ook bijsturen waar nodig, en vooral niet kwijtraken.” 

Misschien kun je Lynn af en toe meenemen naar Windesheim… 

“Haha, precies. Alle studenten verzamelen, ik stuur de hond erop af!” 

Pas heel recentelijk kwam Rina erachter dat haar opa, die dichter was, zich rond 1960 ook heeft ingezet voor deze kudde. Er was destijds geen geld en er waren geen herders, dus alle schapen zouden naar de slachterij gaan, wat het einde zou betekenen voor het Drents Heideschaap op deze plek. “Mijn opa schreef daar gedichten over, de lokale krant pakte dat op en startte een geldactie. Daardoor kon de kudde worden opgekocht en worden gered van de slachterij. En nu, zestig jaar later, loopt zijn kleindochter één dag in de week met de afstammelingen van diezelfde kudde. Dat is toch heel bijzonder? Dan denk ik: nou opa, dat heb je destijds goed gedaan.” 

Tekst: Wouter van Emst
Foto: Herman Engbers

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.