‘Laat Windesheim diversiteit koesteren’

 

Associate lector diversiteit en hoofddocent verpleegkunde Margreet van der Cingel (55) is lesbisch en daar maakt ze geen geheim van. In 2013 richtte ze de hohelebitrans-community op. Het platform wil een open en veilig klimaat creëren voor homo’s, hetero’s, lesbiennes, bi- en transseksuelen. Van der Cingel organiseert jaarlijks de Paarse Vrijdag. Ze werkte ook mee aan de ontwikkeling van een Windesheimbrede minor diversiteit, die in september van start gaat.

Van der Cingel is er trots op dat Windesheim een duidelijk statement maakt tegen discriminatie en vooroordelen, maar vreest dat die in een grote organisatie nooit volledig zijn uit te bannen. “Ik ben zelf nooit gediscrimineerd, maar ik ken een verhaal van een medewerker die nare opmerkingen over zijn geaardheid kreeg. Daarom had hij er moeite mee te zeggen dat hij homo is.”

“Ik stond een keer in de lift met twee studenten en die hadden het over die homo zus en zo. Die schrokken toen ik zei dat ik lesbisch ben. Ze bedoelden het niet negatief, zeiden ze, maar ik heb hen toch gevraagd het woord niet meer als scheldwoord te gebruiken. Aan de andere kant: ik hoorde pas dat een student in de klas uit de kast was gekomen. Dat is geweldig. Dat doe je alleen in een veilige omgeving. We zijn er nog lang niet bij Windesheim, maar onderschat de uitstraling van zo’n Paarse Vrijdag en de minor diversiteit niet.”

Wat moeten studenten leren over diversiteit?
“Dat het een wezenlijk onderdeel vormt van je professionaliteit. Je moet als hbo’er altijd met andere mensen samenwerken en iedereen bedient wel een soort ‘klant’. Aandacht voor diversiteit is geen soft gedoe. Het betekent dat je het perspectief van een ander kunt zien, dat je empathisch bent. Dat geldt voor elke professie. Dat doceren we in de minor, maar mijn droom is dat elke docent bij elk vak aandacht besteedt aan diversiteit en zich daarbij bewust is van zijn eigen beperkte blikveld en gekleurde denken.”

“Een op de tien mensen is homo, dus in elke klas zitten er twee. Zo zijn er meer verschillen waarop je als docent attent moet zijn. Een christen uit Staphorst kan zich hier ook achtergesteld voelen. Praat daarover in de klas en luister naar elkaar. Vrijheid van een meningsuiting is een prachtig goed, maar naar een ander luisteren, is minstens zo belangrijk. Sta niet meteen met je mening klaar, generaliseer niet en wees niet bang om vragen te stellen aan een ander, maar ook aan jezelf. Informeer eens bij die studente met dat hoofddoekje wat haar geloof voor haar betekent in plaats van meteen over haar te oordelen.”

Moet Windesheim actiever aansturen op meer diversiteit?
“Je moet niet koste wat kost een percentage lesbo’s willen halen of per se mensen met een ander culturele achtergrond uit de regio willen binnenhalen als die mensen hier niet wonen. Ik ben tegen diversiteit om de diversiteit. Maar omdat er nu eenmaal diversiteit bestaat, moeten we ook niet doen alsof Windesheim een eenheid is. ‘We’ is een illusie want dé Windesheimer bestaat niet. Koester de diversiteit. Heb het lef om anders te zijn en anders te doen, met een cultuur waarin je ook de paradijsvogels mag zien.”

Margreet van der Cingel stamt uit een Gronings onderwijsgezin. Hoewel haar ouders opgroeiden in een behoudend christelijk milieu, waren het vrijdenkers met een brede belangstelling voor politiek en cultuur. Dat Van der Cingel lesbisch bleek te zijn, was voor haar vader en moeder geen probleem. Na een opleiding tot verpleegkundige studeerde Van der Cingel gezondheidswetenschappen in Groningen. In 2003 belandde ze bij Windesheim als docent verpleegkunde. Ze houdt zich momenteel vooral bezig met onderzoek bij de lectoraten sociale innovatie en ict-innovaties in de zorg. In 2012 promoveerde ze op een onderzoek naar compassie in de zorg.

Waarom vind je compassie in de zorg zo belangrijk?
“De gespecialiseerde gezondheidszorg heeft ons veel gebracht: meer kwaliteit van leven en zelfs levensverlenging, maar onze wereld is nog steeds niet maakbaar. We zitten als mensen meestal maar wat aan te klooien. Uiteindelijk gaan we toch allemaal gewoon een keer dood. Op sommige vormen van leed hebben we simpelweg geen passend antwoord, maar dat betekent niet dat het antwoord dat we wel geven een instrumenteel-technische reactie moet zijn. Je kunt ook menswaardig en met inlevingsvermogen met andermans leed omgaan.”

“Enige afstand tot je patiënten houden uit zelfbescherming is nodig, maar dat het niet tonen van je emoties voor zorgverleners de norm lijkt te zijn geworden, betreur ik. Je mag best laten zien dat je door iemands leed geraakt bent en dan hoef je echt niet de hele dag naast de patiënt te gaan zitten huilen. Natuurlijk moet je efficiënt werken, maar de zorg is nu veel te geld- en protocolgedreven. Je kiest toch niet voor niets voor een vak in de zorg? Dat doe je toch uit compassie? Artsen en verpleegkundigen, die meeleven met hun patiënten, zullen niet zo gauw mevrouw Pietersen ‘die blinde darm op zaal 5’ noemen.”

Tekst: Hans Invernizzi
Foto: Jasper van Overbeek

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.